Lyrisch alfabet

Een gedicht uit de oude doos (ca. 1996). Zie ook de toelichting onderaan. 

Ik ben een aardsche aestheet
zonder afzwering van de hemel met een
allerprilste alt-stem wier
beweegkracht beter
bezinken kan in blijmoedige
choralen, of is het contrastenspel corset?

critisch-dichterlijke tegenstand fnuikt de
fugatische gave en de geometrische gang
van een gelegenheidsdichter

of een geloofsgemeenschap waarvan gemeenschapszin,
gemoedsbewegingen en
gemoedsgeheimen te bezingen zijn, deze

gescholden gevoelssfeer:
gretiger dan groots

het herbevestigd hoofdbezwaar vindt men de ironische jeugdperiode,
de jeugdpoëzie die zonder kiezende klaarheid in
kronieken beoordeeld is als
krukkerig, kunstscheppende kunstvaardigheid

maar het is levensbewustheid die de grond is van de
levensstroom, waarin levenswetten
libertijns drijven (al is

lichtvaardigheid een lokkende
lekkernij voor een loutere lyricus)

maandschriften mogen morren over de metafysiek,
het middeleeuwse, mijmerachtige, maar daarmee
miskennen ze de nachtegalenmoord door
nederlandse nuchterlingen – oerdichterlijk daarentegen is de
omvormende onbegrijpelijkheid: een onbepaalbare, ondoorleefde en onformuleerbare onthulling die
onwaarachtig overtuigend lijkt / kijk! toch naar de

onschuld van dit
poëem waarover ogen oordelen en als
profetisme zonder qualiteiten afdoen, als
rhetoriek – maar zie het rhythme van de
scheppende schetsjes die vol
schoonheidsliefde van syntaktische snit tot
stamelingen dwingt; de stemmingmakerij, de streving
strofisch een tekenachtige tijdsorde in
toverspreuk te vangen leidt onvermijdelijk tot

twistgelees waarvan het uitgangspunt zich verzet tegen
vergeestelijkte verskunst / hoewel verstrakking en
verwerkelijking tot een zuinig verzenboek
volgbaar voortkomstig is uit een
vormloos vormvermogen is het
vruchtdragend de waarachtigste
waardevolheid in welluidendheid te verzuipen

– die wonderbaarlijke, woordenlooze
zanglust, neerslag van een zielservaring.

Toelichting

Het is fijn dat tekstverwerkingsprogramma's als Word je proberen te helpen met de spelling en grammatica, maar als je veelvuldig citeert uit oudere, en met name poëtische teksten, dan staat je document vol met die rode en blauwe kringeltjes onder woorden.

Oplossingen:
1) Spellingscontrole uitzetten, maar dan moet je zelf heel goed redigeren. De controle spoort ook dubbele spaties en die ongein op.
2) MS Word leren dat oude spellingsvarianten als "Noord-Hollandsche" ook geldig zijn. Dat is even een klusje, maar dan heb je ook wat. 

Ik kan me herinneren dat je destijds (in de donkere jaren '90) hetzelfde had met WordPerfect (4.2 en 5.1, weet u nog, met "onder water kijken"). Ook die spellingscontrole kende vele woorden en spellingsvarianten niet die ik nodig had in mijn scriptie over Jan Engelman en de literaire kritiek.

Om er geen last meer van te hebben voegde ik ze toe aan het woordenboek van WP. Uit dit eigen supplement dat toen geleidelijk aan ontstond heb ik na afronding bovenstaand lyrisch alfabet samengesteld, als een soort cadavre exquis, met de willekeur van het alfabet en van mijn toevoegingen van niet-herkende woorden aan het woordenboek. 

Het mooiste vind ik de laatste regel, die, als ik me goed herinner, steunt op woorden uit een recensie van E. du Perron.

De kroon op het werk (I)

CANTABILE

#1

Al zat ik op de Eiffeltoren 
Dan nog kon je me horen 

Schreeuwen. Het is toch God
geklaagd hoe kapot. 

Tingeltangel, bange mensen
Die naar buiten wensen.

Met een kap over je kop
Geeft men je op.

Niet de allerlaatste groet.
Zonder knuffel eeuwig slapen.

Met minder mensen. Naar bed
In mindere mate.

© Danny Habets, maart 2020

Veelstemmig, presto

Zoveel talen als ik spreek

Soms ben ik een mus
Soms ben ik een haan

Soms een aardewerken vaas

Ik stop maar niet met praten
Soms ben ik een god

Zoveel oren als ik voed

Soms huil ik met de ingebeelde wolven
Als een kind
Soms verbeeld ik mij

Gewiegd te worden in je armen

© Danny Habets, maart 2020

Pierre Kemp

Zoveel kleuren als hij had
Men nog nooit gezien.
Zoveel potloden in de hand:
Nog niet misschien.

Ruiterlijk zou men willen
Toegeven, met de adeldom
Van geest de pen te drillen
Totdat de vlokken rondom.

Nu staan in het gelid
De ruggen, in het wit
Binnenvallende zonlicht.

Zijn stem klinkt alleen
Door de bladzijden heen.
Het is dan ook geen gezicht.

© Danny Habets, januari 2020 ~ geschreven in opdracht van Maastricht Boekenstad / Universiteitsbibliotheek Maastricht, ter gelegenheid van Poëzieparcours: Dichters van nu.
Dichter en gedicht: Danny in de etalage

Zolang

zolang je je niet vertilt
met wat je vertelt

is er weinig verschil
of wat je meldt

berust op evidente feiten
zichzelf verklarende voetnoten

of schuine zuivere poëzie, de fijne
verdichting

&

zolang je niet verdwijnt
dan in je woorden

zullen ze je horen

zolang je niet wegkwijnt

zo lang zul je zijn

Huis

Stoffige koffie in verchroomde blikken.
Zeven jaren, het is stil in huis.
Niemand die van de kat zal schrikken,
Die jaagt op de laatst vergane muis.

Het meubilair is geduldig bruin,
En weet het binnenvallend licht te strikken.
De portretten zijn te lang verhuisd,
Om te getuigen van gewezen ikken.

Maar soms, soms op een zomerdag,
Is die treurige staat van slag:
De koffie is dan net vers gezet.

Kinderen springen op het bed,
Terwijl de vlaai wordt rondgedeeld.
Na een uurtje is men uitgespeeld.

 

© Danny Habets, juli 2019.

Muziek!

Muziek is niet wat je ervan maakt,
Maar wat onvergetelijk is.
Vanaf de eerste maten ontwaakt
De in zichzelf gekeerde hoogmis.

Niemand gelooft er dat moment in,
Maar jij zorgt dat men niet verzaakt.
Alle tegenstellingen uit het begin
Lossen op in wat de harten raakt.

Buiten wordt geroepen om de Republiek,
Maar men verdwaalt in de structuren
Van ingewikkelde partituren.
Men gaat vol op het orgel, energiek!

Met het instrument lijkt niks mis,
Maar de organist is een orangist.

© Danny Habets, juni 2019.

Men doet zich te goed

Men wringt zich in bochten.
Men doet zich te goed.
Men weet van geen kaas.
Men eet niet ver van de boom,
Maar snoept daarentegen onverstandig.

Men houdt vlees op de botten.
Men preekt de passie.
Zoals men thuis tikt.
Men vloekt op een varken,
En gedraagt zich als tang.

Men doet zichzelf te goed
Als geen ander doet.

 

© Danny Habets, januari 2019

Ogenschijn

Grutters en schippers,
Schijnlijke edelen van geest,
Passementmakers, rademakers, zwaardvegers,
Schaliedekkers en zeepzieders,
Kremers van onzin, beeldsnijders
Van afgoden, keurmeesters…

Wat is het wat u dreef,
En waarheen?

Wat ons beweegt, dat is naar buiten!
(Maar hoe kweekt men een geweten?)

Naar de hoven, naar boven, naar de hoogte,
Naar waar men kan dalen en dolen,
Naar buiten kortom,

Om zo het meeste in zichzelf te keren.

(Je strakke lach wordt afgevlagd.)

En zo het meeste te zijn
Van zichzelf.

 

© Danny Habets, 1 december 2018

Variaties 1

Hij ligt beschadigd,
licht beschadigd,
in het arsenaal.

Hij ligt, beschadigt
het omliggende materiaal,
beschadigt het andermaal.

Hij licht op, ligt af,
wordt afgelegd,
krijgt uitgesproken aangezegd.

Zo gezegd.

Verwachtingen zijn nu
eenmaal niet te temmen.

 

© Danny Habets, augustus/september 2018

Sollicitatie

Ik ben zó geschikt
Voor jou dat je ervan schrikt.

En jij past ook bij mij,
Zelfs van opzij.

Ik help je graag verder
In het bederven

Van de jeugd
Die vreugdeloos de deugd

Beoefent, alsof het niks is. Geen beker
Is zó lang giftig dat hij breekt.

 

© Danny Habets, augustus 2018

Vrijdag ~ Niemandsland

De morgen duurt. Nog onwennig.
Figuurlijke tijd, zonder complement –

Het bed blijft
Warm omdat men spijbelt.
Oneigenlijk in feite

Ben ik thuis
Een hele
Dag aan het verspelen.

Dan verschuift geruisloos
De blokkendoos.

Zondagavond
Stapelen de geleende uren
Zich tot een muurvaste week.

 

© Danny Habets, juni 2018

 

De dans

Ontsprongen het gezochte
het gevonden ongenoeg
en onvoldoende

achter een uur nog een uur

ik speel mooi weer
en ben daar nog lang niet
klaar mee

nog lange niet

we gaan nog niet
waar het klokje tikt
zoals

het wegtikt
Je helemaal – & zo

 

© Danny Habets, mei 2018

Ochtendmens

Wij worden opgeslokt door alledaagsheid,
Maar wat is ons alternatief? Doodgeschoten
Te worden in de linies van verhulde en onvervulde spijt?
Een eenzaam avontuur tussen de vele idioten?

Dat een rups een vlinder wordt,
Maar dat een dikke pad zich ontpopt
Tot een pijlsnelle panter,
Een gespierde pijlstaartrog!

Hoe lyrisch kan men worden als subject,
Hoe abject is zijn killer trots?
Ik wil niet meer dan bestaan.

Dat is: in de ochtend verheven wakker
Worden en geen keuze hebben
Dan lyrisch te zijn en zingend op te staan. 

 

© Danny Habets, mei 2018 

Gezocht: jarenlange ervaring

Zie je ze, de ingebeelde
eenhoorns? Zie je ze?
Je moet toch iets zien?

Hoor je het, de nachtmuziek,
zacht en klein en golvend? Hoor je haar?
Je kunt niet niets horen!

Proef je dan, de zuurgraad
op je tong? Wat proef je?
(Men kan alles wel beproeven.)

Voel je het, dat lijfelijke lichaam,
dat bedoeld is om te tasten? Voel je?
Hoe vaak word je gevoeld?

Ik bouw, al was het maar een tent.
Ook een begoocheling is immanent.

 

© Danny Habets, maart 2018.  
(Uit: Maurice leest in Edmunds sprookjesboek)