Zwartwit

Ik ben zo wit als dit papier.
Dat zeggen de mensen hier

en nu. Toch ben ik zwart als de nacht,
zo zwart als dat ik van mijzelf verwacht.

Ik bedoel: je hoeft maar naar binnen
te kijken, dan eigen ik me alles innig

toe, naar eigen smaak en goed-
dunken. Kruipt namelijk niet het bloed

waar het niet gaan kan of mag?
De diepste zwartheid een rode vlag?

© Danny Habets, januari 2022.

Paradise lost

Ik droomde: er was een groot feest.
Iedereen omhelsde elkaar.
Er werd goed gegeten en gedronken.
Men danste en zong samen, uit volle borst
Met de muziek mee.

Hier en daar een vrijend paartje.
Bij een kampvuur werd eindeloos
Geouwehoerd. Het liep wat uit de hand,
Maar God wat was ik gelukkig

(© Danny Habets - Driekoningen 2022)

De vlag halfstok

Je bent een mispunt
met je flanelletje en je fondsbril
een frik van de fröbelschool
met je appelflauwtes
                je boordeknoopje
                je directoire
                (oh la la!)

verwacht je een klabak
een kolenboer met zulke kolenschoppen
                die in zijn jekker
                de handkar trekt
zijn pilo of plusfour op halfzeven
maar mieters op zijn tijd?

ik kan je nu al zeggen
geen boudoir met antimakassars
(de canapé, de asla nog niet meegerekend)
                zal mij verleiden
                voorbij je vestibule
                te verwijlen

al kookt de melk over
al vliegt de Hollander
al speel je met je sokophouder

© Danny Habets, december 2021

Triptiek

Een gedicht in drie panelen

(1 – linkerpaneel)

als een bol zonder einde, begrijpelijk en voelbaar
zolang men niet beweegt
de tranen wist
men de korrels van zijn jas veegt

driemaal drie is negen
zolang men niet beweegt
en ieder zingt zijn eigen lied
(o, de muziek der sferen)

of zien we iets
vierkant over het hoofd
dronken van het draaien
de kwadratuur van het heilig vuur?

(2 – middenpaneel)

omdat dit punt in de ruimte bevriest
tijdelijk tijdloos: het vuur verliest

zijn zuurstof, waardoor men opbrandt
in zichzelf, moment zonder momentum (zoals

het klokje overal tikt
en men dus nergens thuis is)

zodra de bron ontwaakt watert hij
met volle teugen omlaag

de steen wil niet meer deugen,
volledig uitgewoond

(3 – rechterpaneel)

zodat men dwaalt en verdwaald raakt
(het licht scheert even voorbij, de tijd

was er rijp voor). Nu, verblind
door zijn helderheid

zwerf je zonder zicht
door het labyrint:

het middelpunt overal,
en de omtrek nergens

© Danny Habets – 2021

Vroeger was alles beter

Vroeger was quarantaine iets van
Vroeger. Doodgaan was een beetje
Uit de tijd. Nu kunnen we ons weer
Dagelijks verheugen in zijn aanwezigheid.

Hoewel je ook niet moet overdrijven.
Je kunt er hoogstens in blijven
Hangen, al naargelang je spijt
Krijgt, zacht als duivendons.

Het leven maakt je tot een spijtoptant,
Maar doodgaan maakt het leven
In zijn eenmaligheid plezant.

Maar jij, die jammert over allen
En alles, jij zult het nog beleven:
Alles zal je in eeuwigheid ontvallen.

© Danny Habets – 24 juli 2021

Demonisch

Een jongen was ik
die met het meisje speelde

Een meisje was ik
Dat de jongen bespeelde

Ook bloeide ik, bloedend

Ook sprong ik
Als een vliegende vis

Een zwemmende vogel
In volle vaart

uit de zee omhoog,
Maar onbewogen

© Danny Habets – ergens in juli 2021, naar een fragment van Empedokles.

Steen der wijzen

#

Laat de steen maar aan zichzelf denken.
Hij heeft immers alle tijd,
raakt het spoor niet bijster en kwijt
Zich uitstekend van zijn zijn.

De plant zal geen gedachte schenken
Aan mijn of jouw bestaan.
Hij denkt er gewoon niet aan,
En vindt het zo wel fijn.

De celligen zijn verder heen:
Zij neigen zich te vervelen,
En vermenigvuldigen door te delen.

Op eenzame hoogte, en alleen,
Als verste uithoek: daar sta jij!
Je kunt er met je hoofd niet helemaal bij.

© Danny Habets – 19 juli 2021

Ik besef mij

Ik besef dat ik mij realiseer.
Kijk, zeg jij, nou doe je het weer.

Wat is het dan dat jou irriteert?
Of is dat ergeren maar aangeleerd?

Ik erger mij dus ik besta.
Ik besef mij. Overal waar ik ga.

De kroon op het werk

Al zat ik op de Eiffeltoren 
Dan nog kon je me horen 

Schreeuwen. Het is toch God
geklaagd hoe kapot. 

Tingeltangel, bange mensen
Die naar buiten wensen.

Met een kap over je kop
Geeft men je op.

Niet de allerlaatste groet.
Zonder knuffel eeuwig slapen.

Met minder mensen. Naar bed
In mindere mate.

© Danny Habets, maart 2020

Veelstemmig, presto

Zoveel talen als ik spreek

Soms ben ik een mus
Soms ben ik een haan

Soms een aardewerken vaas

Ik stop maar niet met praten
Soms ben ik een god

Zoveel oren als ik voed

Soms huil ik met de ingebeelde wolven
Als een kind
Soms verbeeld ik mij

Gewiegd te worden in je armen

© Danny Habets, maart 2020

Pierre Kemp

Zoveel kleuren als hij had
Men nog nooit gezien.
Zoveel potloden in de hand:
Nog niet misschien.

Ruiterlijk zou men willen
Toegeven, met de adeldom
Van geest de pen te drillen
Totdat de vlokken rondom.

Nu staan in het gelid
De ruggen, in het wit
Binnenvallende zonlicht.

Zijn stem klinkt alleen
Door de bladzijden heen.
Het is dan ook geen gezicht.

© Danny Habets, januari 2020 ~ geschreven in opdracht van Maastricht Boekenstad / Universiteitsbibliotheek Maastricht, ter gelegenheid van Poëzieparcours: Dichters van nu.

Zolang

zolang je je niet vertilt
met wat je vertelt

is er weinig verschil
of wat je meldt

berust op evidente feiten
zichzelf verklarende voetnoten

of schuine zuivere poëzie, de fijne
verdichting

&

zolang je niet verdwijnt
dan in je woorden

zullen ze je horen

zolang je niet wegkwijnt

zo lang zul je zijn

Huis

Stoffige koffie in verchroomde blikken.
Zeven jaren, het is stil in huis.
Niemand die van de kat zal schrikken,
Die jaagt op de laatst vergane muis.

Het meubilair is geduldig bruin,
En weet het binnenvallend licht te strikken.
De portretten zijn te lang verhuisd,
Om te getuigen van gewezen ikken.

Maar soms, soms op een zomerdag,
Is die treurige staat van slag:
De koffie is dan net vers gezet.

Kinderen springen op het bed,
Terwijl de vlaai wordt rondgedeeld.
Na een uurtje is men uitgespeeld.

 

© Danny Habets, juli 2019.

Muziek!

Muziek is niet wat je ervan maakt,
Maar wat onvergetelijk is.
Vanaf de eerste maten ontwaakt
De in zichzelf gekeerde hoogmis.

Niemand gelooft er dat moment in,
Maar jij zorgt dat men niet verzaakt.
Alle tegenstellingen uit het begin
Lossen op in wat de harten raakt.

Buiten wordt geroepen om de Republiek,
Maar men verdwaalt in de structuren
Van ingewikkelde partituren.
Men gaat vol op het orgel, energiek!

Met het instrument lijkt niks mis,
Maar de organist is een orangist.

© Danny Habets, juni 2019.

Men doet zich te goed

Men wringt zich in bochten.
Men doet zich te goed.
Men weet van geen kaas.
Men eet niet ver van de boom,
Maar snoept daarentegen onverstandig.

Men houdt vlees op de botten.
Men preekt de passie.
Zoals men thuis tikt.
Men vloekt op een varken,
En gedraagt zich als tang.

Men doet zichzelf te goed
Als geen ander doet.

 

© Danny Habets, januari 2019