De naakte feiten

Ik word geregeld, aan jou blootgesteld.
Je neemt mij in, je daagt mij uit:
in jouw ontheemd zijn ben ik thuis.
Wat wil je toch met alle geweld?

Je neemt mij in, het is niet pluis
wat er gebeurt, want ik word kalltgestellt.
Je zegt: het enige wat heden telt
is het redden van je eigen huid.

Wij smolten samen tot één vage hoop
en zetten onze zielen te goedkoop
in etalages en niemand kijkt meer om.

Nu zit ik met de brokken van mijn zelf.
De delen samen zijn nog niet de helft
van hun te vlot gemaakte optelsom.

© Danny Habets – eind november 2022

Hanenpoten

Ik grossier al levenslang in hanenpoten.
Schrikaanjagend is mijn handschrift:
De letters lijken in’t papier gegrift,
En elke pagina lijkt doorschoten.

Al schrijvend raakt mijn hoofd op drift
En lijk ik nogal vastbesloten
Om mijn aanwezigheid te vergroten,
Door hels te pennen met een stift.

Maar jij, o Tijd, lacht en smaalt.
Ik ren, maar schrijf niet snel genoeg,
Al begon ik nóg zo vroeg.

Vergeefs de haast die mij voortdrijft,
En mijn leven uit mij schrijft:
Ik word met elke letter ingehaald.

© Danny Habets, oktober/november 2022

Eiland

Als een eiland voor de kust
dat op zijn lauweren rust
en geen benul waarheen te gaan
ondanks de oceaan
aan mogelijkheden

soms met de rug het vasteland
vermijdend soms overmand
door heimwee naar niet weten
hoe te wenden de steven
al die mogelijkheden

zo blijft dit scheepje liggen
zo stuurloos zo eenzaam
overgeleverd aan de vissers
en de golven der branding

© Danny Habets, oktober 2022

Moord in de morgen

Door de ramen sijpelt vocht. De ochtend
spreekt door kieren en kozijnen.
Steeds weer lijken te verdwijnen
Dromen, die om het hardste vochten.

Lees: het langzaam wegkwijnen
van wat dierbaar was, de tochten
door de uiterwaard, de bochten
die de zon doen schijnen.

Welke dood moest ik verduren,
welke regels richtten deze gure
schijnvertoning, dit ontgaan?

Kunnen wij de staf breken?
Kunnen wij wel iets bespreken
wat wij nauwelijks verstaan?

© Danny Habets, oktober 2022

Lippendienst

In een stationwagen word ik
Afgevoerd. Ik schrik
van het toneelstuk dat wordt
opgevoerd. Het is te kort.

Ik wil nog zoveel dingen,
een vrolijk Paaslied zingen,
en veel lamento’s horen,
nog lang niet toe aan eng’lenkoren.

Dit geeft wel te denken: een mis
waarin men zich vergist.
Het vroege tijdstip onverdiend.

Bewijs ik jou een dienst,
Al is het met de lippen,
Laat je mij dan ook niet glippen?

© Danny Habets, oktober 2022

Ervaring

Genezen is beter dan voorkomen
want anders is er niet geleefd

schade en schande zijn broodnodig
zolang er niet gegeten wordt

(in de maag pas wordt men wijzer,
in de darmen krijgt men spijt)

laat dus het brood tot mij komen
een slechte bekomst is pas feitelijk

als de spiegel waarvoor je staat
niet over zijn nek gaat

© Danny Habets, september 2022

Ganzen in formatie

Is het weer zover?
Dat ganzen ons erop wijzen?

Hun krijten doet verstijven
het venijn van de hoop

verwachtingen. Hun bericht
is stichtend, zij delen in formatie

mee wat wij al weten.

Zij ontvluchten hier de herfst,
maar ook wat vliegt bederft!

© Danny Habets, september 2022.

De vlag halfstok

Je bent een mispunt
met je flanelletje en je fondsbril
een frik van de fröbelschool
met je appelflauwtes
                je boordeknoopje
                je directoire
                (oh la la!)

verwacht je een klabak
een kolenboer met zulke kolenschoppen
                die in zijn jekker
                de handkar trekt
zijn pilo of plusfour op halfzeven
maar mieters op zijn tijd?

ik kan je nu al zeggen
geen boudoir met antimakassars
(de canapé, de asla nog niet meegerekend)
                zal mij verleiden
                voorbij je vestibule
                te verwijlen

al kookt de melk over
al vliegt de Hollander
al speel je met je sokophouder

© Danny Habets, december 2021

Triptiek

Een gedicht in drie panelen

(1 – linkerpaneel)

als een bol zonder einde, begrijpelijk en voelbaar
zolang men niet beweegt
de tranen wist
men de korrels van zijn jas veegt

driemaal drie is negen
zolang men niet beweegt
en ieder zingt zijn eigen lied
(o, de muziek der sferen)

of zien we iets
vierkant over het hoofd
dronken van het draaien
de kwadratuur van het heilig vuur?

(2 – middenpaneel)

omdat dit punt in de ruimte bevriest
tijdelijk tijdloos: het vuur verliest

zijn zuurstof, waardoor men opbrandt
in zichzelf, moment zonder momentum (zoals

het klokje overal tikt
en men dus nergens thuis is)

zodra de bron ontwaakt watert hij
met volle teugen omlaag

de steen wil niet meer deugen,
volledig uitgewoond

(3 – rechterpaneel)

zodat men dwaalt en verdwaald raakt
(het licht scheert even voorbij, de tijd

was er rijp voor). Nu, verblind
door zijn helderheid

zwerf je zonder zicht
door het labyrint:

het middelpunt overal,
en de omtrek nergens

© Danny Habets – 2021

Demonisch

Een jongen was ik
die met het meisje speelde

Een meisje was ik
Dat de jongen bespeelde

Ook bloeide ik, bloedend

Ook sprong ik
Als een vliegende vis

Een zwemmende vogel
In volle vaart

uit de zee omhoog,
Maar onbewogen

© Danny Habets – ergens in juli 2021, naar een fragment van Empedokles.

Steen der wijzen

#

Laat de steen maar aan zichzelf denken.
Hij heeft immers alle tijd,
raakt het spoor niet bijster en kwijt
Zich uitstekend van zijn zijn.

De plant zal geen gedachte schenken
Aan mijn of jouw bestaan.
Hij denkt er gewoon niet aan,
En vindt het zo wel fijn.

De celligen zijn verder heen:
Zij neigen zich te vervelen,
Te vermenigvuldigen door te delen.

Op eenzame hoogte, en alleen,
Als verste uithoek: daar sta jij!
Je kunt er met je hoofd niet helemaal bij.

© Danny Habets – 19 juli 2021

Ik besef mij

Ik besef dat ik mij realiseer.
Kijk, zeg jij, nou doe je het weer.

Wat is het dan dat jou irriteert?
Of is dat ergeren maar aangeleerd?

Ik erger mij dus ik besta.
Ik besef mij. Overal waar ik ga.

De kroon op het werk

Al zat ik op de Eiffeltoren 
Dan nog kon je me horen 

Schreeuwen. Het is toch God
geklaagd hoe kapot. 

Tingeltangel, bange mensen
Die naar buiten wensen.

Met een kap over je kop
Geeft men je op.

Niet de allerlaatste groet.
Zonder knuffel eeuwig slapen.

Met minder mensen. Naar bed
In mindere mate.

© Danny Habets, maart 2020

Veelstemmig, presto

Zoveel talen als ik spreek

Soms ben ik een mus
Soms ben ik een haan

Soms een aardewerken vaas

Ik stop maar niet met praten
Soms ben ik een god

Zoveel oren als ik voed

Soms huil ik met de ingebeelde wolven
Als een kind
Soms verbeeld ik mij

Gewiegd te worden in je armen

© Danny Habets, maart 2020

Pierre Kemp

Zoveel kleuren als hij had
Men nog nooit gezien.
Zoveel potloden in de hand:
Nog niet misschien.

Ruiterlijk zou men willen
Toegeven, met de adeldom
Van geest de pen te drillen
Totdat de vlokken rondom.

Nu staan in het gelid
De ruggen, in het wit
Binnenvallende zonlicht.

Zijn stem klinkt alleen
Door de bladzijden heen.
Het is dan ook geen gezicht.

© Danny Habets, januari 2020 ~ geschreven in opdracht van Maastricht Boekenstad / Universiteitsbibliotheek Maastricht, ter gelegenheid van Poëzieparcours: Dichters van nu.