Zolang

zolang je je niet vertilt
met wat je vertelt

is er weinig verschil
of wat je meldt

berust op evidente feiten
zichzelf verklarende voetnoten

of schuine zuivere poëzie, de fijne
verdichting

&

zolang je niet verdwijnt
dan in je woorden

zullen ze je horen

zolang je niet wegkwijnt

zo lang zul je zijn

Muziek!

Muziek is niet wat je ervan maakt,
Maar wat onvergetelijk is.
Vanaf de eerste maten ontwaakt
De in zichzelf gekeerde hoogmis.

Niemand gelooft er dat moment in,
Maar jij zorgt dat men niet verzaakt.
Alle tegenstellingen uit het begin
Lossen op in wat de harten raakt.

Buiten wordt geroepen om de Republiek,
Maar men verdwaalt in de structuren
Van ingewikkelde partituren.
Men gaat vol op het orgel, energiek!

Met het instrument lijkt niks mis,
Maar de organist is een orangist.

© Danny Habets, juni 2019.

Men doet zich te goed

Men wringt zich in bochten.
Men doet zich te goed.
Men weet van geen kaas.
Men eet niet ver van de boom,
Maar snoept daarentegen onverstandig.

Men houdt vlees op de botten.
Men preekt de passie.
Zoals men thuis tikt.
Men vloekt op een varken,
En gedraagt zich als tang.

Men doet zichzelf te goed
Als geen ander doet.

 

© Danny Habets, januari 2019

Ogenschijn

Grutters en schippers,
Schijnlijke edelen van geest,
Passementmakers, rademakers, zwaardvegers,
Schaliedekkers en zeepzieders,
Kremers van onzin, beeldsnijders
Van afgoden, keurmeesters…

Wat is het wat u dreef,
En waarheen?

Wat ons beweegt, dat is naar buiten!
(Maar hoe kweekt men een geweten?)

Naar de hoven, naar boven, naar de hoogte,
Naar waar men kan dalen en dolen,
Naar buiten kortom,

Om zo het meeste in zichzelf te keren.

(Je strakke lach wordt afgevlagd.)

En zo het meeste te zijn
Van zichzelf.

 

© Danny Habets, 1 december 2018

Koeler maan

Bronstig en ongedurig verdrijf ik de dorst
ik ben een wandelaar door de dorre
bladeren van mijn gedachte
onontvankelijkheid – ik klop erop
ik stop met vorstelijke verwachting
ik stop met drinken ik stop
met innemend –

de oogst oogstrelende ogen
die mij bedrogen uitgekookt
zomers loof belovend –

in mijn tuin is het ruim
genoeg om bedroefd te zijn
waarom dan nog met de almaar
grijzer wordende lokken
als een zilvervos –

Waardoor nog voorverwarmd?
Waarom nog opgewarmd?

 

© Danny Habets, oktober 2018

Variaties 1

Hij ligt beschadigd,
licht beschadigd,
in het arsenaal.

Hij ligt, beschadigt
het omliggende materiaal,
beschadigt het andermaal.

Hij licht op, ligt af,
wordt afgelegd,
krijgt uitgesproken aangezegd.

Zo gezegd.

Verwachtingen zijn nu
eenmaal niet te temmen.

 

© Danny Habets, augustus/september 2018

Sollicitatie

Ik ben zó geschikt
Voor jou dat je ervan schrikt.

En jij past ook bij mij,
Zelfs van opzij.

Ik help je graag verder
In het bederven

Van de jeugd
Die vreugdeloos de deugd

Beoefent, alsof het niks is. Geen beker
Is zó lang giftig dat hij breekt.

 

© Danny Habets, augustus 2018

Vrijdag ~ Niemandsland

De morgen duurt. Nog onwennig.
Figuurlijke tijd, zonder complement –

Het bed blijft
Warm omdat men spijbelt.
Oneigenlijk in feite

Ben ik thuis
Een hele
Dag aan het verspelen.

Dan verschuift geruisloos
De blokkendoos.

Zondagavond
Stapelen de geleende uren
Zich tot een muurvaste week.

 

© Danny Habets, juni 2018

 

De dans

Ontsprongen het gezochte
het gevonden ongenoeg
en onvoldoende

achter een uur nog een uur

ik speel mooi weer
en ben daar nog lang niet
klaar mee

nog lange niet

we gaan nog niet
waar het klokje tikt
zoals

het wegtikt
Je helemaal – & zo

 

© Danny Habets, mei 2018

Ochtendmens

Wij worden opgeslokt door alledaagsheid,
Maar wat is ons alternatief? Doodgeschoten
Te worden in de linies van verhulde en onvervulde spijt?
Een eenzaam avontuur tussen de vele idioten?

Dat een rups een vlinder wordt,
Maar dat een dikke pad zich ontpopt
Tot een pijlsnelle panter,
Een gespierde pijlstaartrog!

Hoe lyrisch kan men worden als subject,
Hoe abject is zijn killer trots?
Ik wil niet meer dan bestaan.

Dat is: in de ochtend verheven wakker
Worden en geen keuze hebben
Dan lyrisch te zijn en zingend op te staan. 

 

© Danny Habets, mei 2018 

Gezocht: jarenlange ervaring

Zie je ze, de ingebeelde
eenhoorns? Zie je ze?
Je moet toch iets zien?

Hoor je het, de nachtmuziek,
zacht en klein en golvend? Hoor je haar?
Je kunt niet niets horen!

Proef je dan, de zuurgraad
op je tong? Wat proef je?
(Men kan alles wel beproeven.)

Voel je het, dat lijfelijke lichaam,
dat bedoeld is om te tasten? Voel je?
Hoe vaak word je gevoeld?

Ik bouw, al was het maar een tent.
Ook een begoocheling is immanent.

 

© Danny Habets, maart 2018.  
(Uit: Maurice leest in Edmunds sprookjesboek)

Schoolzwemmen

Hier beneden is het stil.
Een school die zwemmen wil.

Hier op de bodem van de zee
spartelen de vissen – geen twee

gelijk aan elkaar. Het is zaak
dat de diepte kant noch wal raakt.

Want ‘alles’ wil wat zeggen. 

Stil maar, je honger, zwijg maar.
Of je er bent of niet, en waar.

Misschien zwijg je wel bewust.
Misschien omdat je op de bodem rust –  

 

© Danny Habets, maart 2018. 
(Uit: Maurice leest in Edmunds sprookjesboek)

Inktzwarte trefwoorden

Soms mis ik de stellige onzekerheden
Die zo aan het leven kleven.

Soms ook mis ik het dode
Materiaal dat zich node-

Loos hecht aan het geruststellend witte
Papier waarop in den beginne geen vlekken zitten.

Maar andere keren wil ik er meer
Van leren, de Rorschach-uitslag weten

Hoe treffend woorden omzeilen
Wat in inkt is te peilen.

Men verstrikt maar vervlindert.
Men mist de mist, het wit. 

 

Ook als je mij even

Ook als je mij even niet begrijpt,
Ook als je even niet een oogje dichtknijpt.

Je zult dan, als een achterwaarts rijdend vehikel,
Demonstratief een potje lopen piepen.

Maar vlinderdassen hinderen niet, hoge hoeden
daarentegen doen het tegendeel vermoeden.

Uren liggen stil, terwijl minuten wegtikken.
Je zoekt, je vindt, je zoekt, je vindt, zoekt én vindt.

Trossen los, men klokt zijn vlotheid
En vaart onvervaard vóór de eigen tijd.

 

 

[6 april 2017]

Feesten & partijen

De zure mandarijn is net een ijskonijn,
men bijt zijn tanden stuk op spijt.

Wat vindt de man in de straat ervan,
als hij straks wandelt in onhandigheid?

Wie vierde, liet zich niet zien
op het feestje, verliet voortijdig

en met veel kabaal de feestzaal,
haalde herinneringen op aan haat-

zaaien en warme vijandschap?
Ook lust men wel de pap, het kaf,

de onvermijdelijke dijenkletsers,
de dronken ooms en de gewone

toverwoorden, waarvan de fletse
overblijfselen nog unverfroren nahijgen,

hand- en-spandiensten verrichtend
voor een perfide lynchpartij.

 

[Maart 2017]