Scholen open!

In lijn met de versoepelingen van het kabinet heeft de minister van Onderwijs, Arie Slob, de scholen voor een ingewikkelde en dubieuze taak gesteld met het volledig heropenen van de scholen en het opheffen van aldaar eerder toegepaste, risicodempende maatregelen, zoals de 1,5 meter afstand. Dat is in schrille tegenspraak met het feit dat diezelfde regering eerder de maatschappij (en scholen) vergaande vrijheidsbeperkingen heeft opgelegd (op slot gezet) vanwege het potentieel ernstig ziekteverloop bij een besmetting met COVID-19. Dat was niet zonder reden.

Mijn vrouw en ik hebben ook kinderen, waaronder 3 tienerdochters. Als ouders realiseren wij ons terdege dat het sociale welbevinden van de leerlingen gebaat is bij onderwijs met elkaar en op locatie, en dat dat een belangrijke wegingsfactor is bij het beleid, maar in het licht van de nog resterende periode van enkele weken (het schooljaar is bijna voorbij) lijkt dat nu toch slechts van symbolische waarde. Door de voortschrijdende vaccinatie is bovendien “de finish in zicht” en zou het juist nu pijnlijk zijn als deze symbolische openstelling leidt tot nieuwe brandhaarden en onnodige ziektegevallen. Van scholen is welbekend dat ze veel hebben bijgedragen aan de besmettingen: er komen veel mensen samen die zelf meestal niet zo ziek worden en daarmee de perfecte verspreiders zijn voor het virus.

Bij de huidige, gedeeltelijke openstelling bleken maatregelen op scholen al moeilijk handhaafbaar. Door meer geluk dan wijsheid zijn wij nog steeds niet ziek geworden. Maar er was tenminste zoiets als anderhalve meter afstand houden, mondkapjes gebruiken, en maar een deel van de populatie tegelijkertijd op school. Nu deze maatregelen worden opgeheven, zullen er na 7 juni feitelijk weer elke dag door het gehele land massa-evenementen plaatsvinden: tieners en jongvolwassenen die zich van/naar school begeven en uren bij elkaar zitten in doorgaans slecht geventileerde gebouwen – want daarvoor heeft ons geweldige kabinet geen geld beschikbaar gesteld.

Het heil moet nu komen van regelmatig zelftesten. Behalve dat de betrouwbaarheid van het testen zelf beperkt is (hoe weet je dat je de test goed hebt uitgevoerd?), kan de test ook niet dwingend opgelegd worden (wat ik overigens begrijpelijk vind), laat staan gehandhaafd. Daarmee heeft de minister de scholen met een onuitvoerbaar beleid opgezadeld. Van verschillende kanten horen wij dat een groot deel van de leerlingen en/of ouders niet mee zullen werken aan dit zelftesten. Dat betekent dat het coronavirus nog behoorlijk ongecontroleerd kan rondwaren de komende weken, net nu er licht aan het einde van de (vaccinatie)tunnel is. Op het moment dat je kind positief getest wordt, is het te laat voor preventie en lopen kwetsbare personen binnen het eigen huishouden gevaar. Niet alle kwetsbaren zijn immers al (volledig!) gevaccineerd en COVID-19 is voor een deel nog onvoorspelbaar: niemand weet vooraf wat het met zijn/haar lichaam zal doen. Er zijn ook gevallen bekend van relatief jonge mensen die langdurig uit de running zijn. Tussentijdse besmetting leidt bovendien tot uitstel van vaccinatie, waarmee de periode van (collectieve en individuele) onveiligheid onnodig verlengd wordt.

De overheidsmaatregelen zijn versoepeld omdat de besmettingen momenteel in aantallen afnemen en dat men er dus van uitgaat dat de kans op besmetting kleiner is geworden. Maar risico gaat over kans én impact. Zoals duidelijk zal zijn, is de (potentiële) impact van een besmetting (het soms ernstige verloop van de ziekte) vanzelfsprekend niet verminderd, zeker niet voor bepaalde risicogroepen, zoals mensen met chronische luchtwegproblemen of andere onderliggende kwetsbaarheid. Het zou veel beter zijn om met volledige heropening te wachten totdat voldoende mensen de kans hebben gehad zich te laten inenten, d.w.z. na de zomervakantie beginnen met een schone lei.

Scholen hebben normaliter de richtlijnen van het ministerie te volgen, maar hebben daarnaast ook een eigen verantwoordelijkheid. Zij kunnen, nee moeten, in sommige gevallen besluiten de richtlijnen en bevelen niet op te volgen, m.a.w. “burgerlijk ongehoorzaam” te zijn op basis van een gewetensvolle afweging van belangen en risico’s.

Drogredenen rondom de avondklok

Wie niet voor ons is, is tegen ons. Denken in binaire opposities is een hardnekkige menselijke gewoonte. Het vervelende van dit soort absolute elkaar uitsluitende tegenstellingen is, dat het de deelnemers aan discussies gijzelt.

Je behoort tot de wokisten of tot de racisten. Onzin natuurlijk, de meeste mensen zijn geen van beide en de tegenstelling is een vals dilemma. Wat er echter gebeurt, althans op de online fora en podia, is dat sommigen meegaan in de woke-frames, of er te weinig weerstand tegen bieden, uit angst om voor racist te worden uitgemaakt; anderen – wellicht uit weerzin tegen het wokisme – laten zich erg gemakkelijk verleiden tot racistische en discriminerende uitspraken, wat uiteindelijk weer de tegenpartij voedt: “Zie je wel, allemaal racisten!” Deze extremisten aan beide zijden vormen elkaars brandstof, hebben elkaar nodig, maar geen enkele discussie wordt ermee vooruit geholpen en geen enkel nader inzicht mee verkregen, terwijl de derde positie zo voor de hand ligt: gedraag je, behandel iedereen met respect, bestrijd daadwerkelijk bestaande onrechtvaardigheid en draaf niet zo door.

Ook in de discussies over de coronamaatregelen roeren twee kampen zich het heftigst: aan de ene kant de virusontkenners, bagatelliseerders (“het is maar een griepje”), geflipte dansleraren en populistische politici die om het hardst dingen om de volksgunst; aan de andere kant de gezagsgetrouwe burgers, die volledig vertrouwen op de expertise van specialisten en de oordeelkundigheid van politici. De strijd tussen deze twee uitersten is er een van alles of niets: je bent vóór of tegen de maatregelen, alle maatregelen wel te verstaan. Ook hier is er een derde positie mogelijk die veel meer voor de hand ligt, maar deze redelijkheid bedient zich minder van geschreeuw en onzin en neemt dus veel minder een plaats in binnen het maatschappelijke debat: ja, we hebben te maken met een pandemie, een voor sommige groepen gevaarlijk virus, dat voor onnodig lijden en sterfte zorgt, dus we moeten er iets aan doen. Daar staat tegenover dat niet alle maatregelen deugen. Tussen ontkenningswaanzin en paniekvoetbal is er wel degelijk een weg van verstandig, proportioneel en rechtvaardig handelen.

Lees verder

Ik besef mij

Ik besef dat ik mij realiseer.
Kijk, zeg jij, nou doe je het weer.

Wat is het dan dat jou irriteert?
Of is dat ergeren maar aangeleerd?

Ik erger mij dus ik besta.
Ik besef mij. Overal waar ik ga.

De kroon op het werk

Al zat ik op de Eiffeltoren 
Dan nog kon je me horen 

Schreeuwen. Het is toch God
geklaagd hoe kapot. 

Tingeltangel, bange mensen
Die naar buiten wensen.

Met een kap over je kop
Geeft men je op.

Niet de allerlaatste groet.
Zonder knuffel eeuwig slapen.

Met minder mensen. Naar bed
In mindere mate.

© Danny Habets, maart 2020

Veelstemmig, presto

Zoveel talen als ik spreek

Soms ben ik een mus
Soms ben ik een haan

Soms een aardewerken vaas

Ik stop maar niet met praten
Soms ben ik een god

Zoveel oren als ik voed

Soms huil ik met de ingebeelde wolven
Als een kind
Soms verbeeld ik mij

Gewiegd te worden in je armen

© Danny Habets, maart 2020

Pierre Kemp

Zoveel kleuren als hij had
Men nog nooit gezien.
Zoveel potloden in de hand:
Nog niet misschien.

Ruiterlijk zou men willen
Toegeven, met de adeldom
Van geest de pen te drillen
Totdat de vlokken rondom.

Nu staan in het gelid
De ruggen, in het wit
Binnenvallende zonlicht.

Zijn stem klinkt alleen
Door de bladzijden heen.
Het is dan ook geen gezicht.

© Danny Habets, januari 2020 ~ geschreven in opdracht van Maastricht Boekenstad / Universiteitsbibliotheek Maastricht, ter gelegenheid van Poëzieparcours: Dichters van nu.

Zolang

zolang je je niet vertilt
met wat je vertelt

is er weinig verschil
of wat je meldt

berust op evidente feiten
zichzelf verklarende voetnoten

of schuine zuivere poëzie, de fijne
verdichting

&

zolang je niet verdwijnt
dan in je woorden

zullen ze je horen

zolang je niet wegkwijnt

zo lang zul je zijn

Italia 2019

Eindelijk was het weer zo ver, tijd om naar ons geliefde Italië te gaan, dit keer in het gezelschap van de vrouw met wie ik in september 25 jaar in de echt verbonden ben, mijn 5 schitterende dochters en de vriend van de oudste. In de tweede week kwam daar nog de vriend van een andere dochter bij, die we op een nabijgelegen luchthaven oppikten. Hieronder een korte impressie. Klik op de foto’s voor een vergrote weergave.

De tocht voert eerst door Duitsland en Zwitserland.

Om de verkeersdrukte voor de Gotthardtunnel te vermijden en vanwege de charme gingen we over de pas heen. Na San Gottardo bevindt men zich in het Italiaanstalige kanton Ticino. Het uitzicht bovenop de pas is ronduit schitterend.

Onze eerste overnachting is aan de buitenranden van Milaan (Rho), waar we 2 nachten verblijven. Natuurlijk bezoeken we het centrum van Milaan, met o.a. de mooie Gotische dom.

Lees verder

Huis

Stoffige koffie in verchroomde blikken.
Zeven jaren, het is stil in huis.
Niemand die van de kat zal schrikken,
Die jaagt op de laatst vergane muis.

Het meubilair is geduldig bruin,
En weet het binnenvallend licht te strikken.
De portretten zijn te lang verhuisd,
Om te getuigen van gewezen ikken.

Maar soms, soms op een zomerdag,
Is die treurige staat van slag:
De koffie is dan net vers gezet.

Kinderen springen op het bed,
Terwijl de vlaai wordt rondgedeeld.
Na een uurtje is men uitgespeeld.

 

© Danny Habets, juli 2019.

Muziek!

Muziek is niet wat je ervan maakt,
Maar wat onvergetelijk is.
Vanaf de eerste maten ontwaakt
De in zichzelf gekeerde hoogmis.

Niemand gelooft er dat moment in,
Maar jij zorgt dat men niet verzaakt.
Alle tegenstellingen uit het begin
Lossen op in wat de harten raakt.

Buiten wordt geroepen om de Republiek,
Maar men verdwaalt in de structuren
Van ingewikkelde partituren.
Men gaat vol op het orgel, energiek!

Met het instrument lijkt niks mis,
Maar de organist is een orangist.

© Danny Habets, juni 2019.

Men doet zich te goed

Men wringt zich in bochten.
Men doet zich te goed.
Men weet van geen kaas.
Men eet niet ver van de boom,
Maar snoept daarentegen onverstandig.

Men houdt vlees op de botten.
Men preekt de passie.
Zoals men thuis tikt.
Men vloekt op een varken,
En gedraagt zich als tang.

Men doet zichzelf te goed
Als geen ander doet.

 

© Danny Habets, januari 2019

Ogenschijn

Grutters en schippers,
Schijnlijke edelen van geest,
Passementmakers, rademakers, zwaardvegers,
Schaliedekkers en zeepzieders,
Kremers van onzin, beeldsnijders
Van afgoden, keurmeesters…

Wat is het wat u dreef,
En waarheen?

Wat ons beweegt, dat is naar buiten!
(Maar hoe kweekt men een geweten?)

Naar de hoven, naar boven, naar de hoogte,
Naar waar men kan dalen en dolen,
Naar buiten kortom,

Om zo het meeste in zichzelf te keren.

(Je strakke lach wordt afgevlagd.)

En zo het meeste te zijn
Van zichzelf.

 

© Danny Habets, 1 december 2018

Variaties 1

Hij ligt beschadigd,
licht beschadigd,
in het arsenaal.

Hij ligt, beschadigt
het omliggende materiaal,
beschadigt het andermaal.

Hij licht op, ligt af,
wordt afgelegd,
krijgt uitgesproken aangezegd.

Zo gezegd.

Verwachtingen zijn nu
eenmaal niet te temmen.

 

© Danny Habets, augustus/september 2018