Zoals we in de media kunnen lezen is er gedoe in de hogere lagen van het Openbaar Ministerie, met hier en daar een pikant randje. Uiteindelijk weinig spannend als je rekening houdt met dit soort al te menselijke scenario’s. Ik zou er verder geen aandacht aan hebben besteed als ik niet de column van Nynke de Jong in het AD had gelezen, waarin mij vanuit taalkundig oogpunt een paar bijzonderheden waren opgevallen.

Het begint al met de titel, waardoor ik getriggerd was om het artikel verder te lezen. Een stiekeme vriendin… wat is dat? Dat is een vriendin met een stiekem karakter, iemand met neigingen tot stiekem doen, dingen voor je te verbergen. Wie wil nu in godsnaam zo’n vriendin?¬†Bedoeld is natuurlijk: als je er stiekem een vriendin op wilt nahouden, dan… etc. Het verschil tussen een bijwoordelijke en een bijvoeglijke bepaling.

Ten tweede kun je natuurlijk opmerken dat, gezien de pikante context die geschetst wordt, de term “vriendin” een wel erg braaf eufemisme is. Wellicht had, gezien de verdenking op gezamenlijk verblijf in hotels, de term “minnares” beter gepast. Het is alsof de columnist de zaak nog een beetje met de mantel der liefde probeert te bedekken.

Een van de leukste eigenaardigheden van de tekst ligt nog meer op het semantische vlak:

Kijk nog eens goed naar die vreemde zin: “Als dat zo is heeft hij haar promotie gegeven terwijl hij met haar sliep.”

Het lijkt mij best knap om tijdens de slaap iets anders te doen dan te slapen, zeker zo’n bewuste actie als het verlenen van promotie. Het woord “terwijl” moet hier natuurlijk niet letterlijk worden genomen in de betekenis van “gedurende”, maar als de aanduiding van een langere periode waarin ook wel eens geslapen werd, afgewisseld met het promoveren van de ondergeschikte.

Het “slapen” moet nog veel minder letterlijk worden genomen. Dat is een lelijk anglicisme, dat we steeds vaker tegenkomen, afgeleid van het Angelsaksische “to sleep with someone“, waarmee veelal voorzichtig de bijslaap (ook al zo’n vreemd woord) wordt aangeduid. Dat mensen samen slapen, is veelal niet het probleem, maar juist het feit dat er deels niet geslapen wordt.

Taal is een mooi ding. Zeg maar, mijn ding.