Laten we beginnen met een aantal misverstanden uit de weg te ruimen. Democratie en rechtstaat(1) zijn twee verschillende dingen. Democratie gaat over hoe wetgeving tot stand komt, over hoe wordt bepaald wie de boven ons gestelden zijn die invulling geven aan wetgeving en bestuur. Rechtstaat gaat over de rechten van de individuele burger: menswaardige, eerlijke behandeling, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, bescherming tegen willekeur van overheid en bestuur, vrijwaring van “wrede en ongebruikelijke” bestraffing, kortom vooral bescherming tegen een al te machtige staat. In een rechtstaat is er o.a. een scheiding der machten: degene die wetten maakt mag/kan niet dezelfde zijn als degene die de wet moet uitvoeren of degene die rechtspreekt. Een rechtstaat hoeft niet altijd een democratie te zijn, en een democratie is niet per definitie een rechtstaat (omdat ook een democratie dwalen en mensenrechten met de voeten kan treden). Als ik moest kiezen, met het mes op de keel, dan is de rechtstaat mij dierbaarder dan de democratie.

(Even kleine zijsprong. Een andere misvatting is dat men regering en staatshoofd vaak verwart: men beweert dan dat het hebben van een koningshuis niet democratisch is, maar daarbij wordt een schijntegenstelling gekweekt: democratie versus monarchie. De tegenhanger van monarchie (= erfelijk bepaald staatshoofd) is echter republiek (= door verkiezingen bepaald staatshoofd) en niet democratie. Tegenover democratie staat dictatuur of tirannie. Ons eigen systeem is aan te duiden als een constitutionele parlementaire democratische monarchie: het staatshoofd is gebonden aan de grondwet (constitutie) en heeft geen formele macht, het parlement is het wetgevend orgaan en wordt democratisch gekozen, ministers zijn verantwoording schuldig niet aan de vorst maar aan het parlement. Maar dit alles terzijde.)

Toegegeven: de rechtstaat floreert in de praktijk het meest in democratieën, omdat daarin  al spreiding en deling van de macht plaatsvindt. Daarmee is doorgaans zonder gewelddadige repressie te voorkomen dat één persoon of een beperkte groep alle macht naar zich toe kan trekken. Gecombineerd met algemeen kiesrecht lijkt democratie vooralsnog de minst slechte oplossing om een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak te creëren voor beslissingen (en daarmee politieke onrust en opstand te voorkomen). Dat is ook precies de reden waarom democratie niet efficiënt kan zijn, vaak tot halfslachtige compromissen leidt waarin niemand zich volledig herkent, en daardoor onder vuur kan komen te liggen.

De paradox is nu dat een democratische rechtstaat zichzelf perfect om zeep kan helpen (in de geschiedenis zijn daar verschillende voorbeelden van): zij verschaft van alle politieke systemen de meeste ruimte om tegen zichzelf in te gaan. Een dictatuur of autocratie overschreeuwt en onderdrukt zoveel mogelijk afwijkende opvattingen, een democratische rechtstaat geeft iedereen de ruimte, ook “onwelgevallige” meningen, zelfs als die anti-democratisch zijn. Dat is haar kracht, maar tegelijkertijd ook haar kwetsbaarheid. De grootste uitdaging voor een democratische rechtstaat: hoe te voorkomen dat de democratie niet tegen zichzelf en tegen de rechtstaat wordt gebruikt, zonder daarbij maatregelen te nemen die tegen haar eigen aard als rechtstaat ingaan? Hoever kan een democratie anti-democratische tendensen tolereren?

Dat tekort aan efficiëntie maakt overigens ook begrijpelijk dat sommigen een land liever als een bedrijf zouden willen leiden. Het vervelende is alleen dat dan controle in handen komt van een enkeling (“bedrijfsleider”) of een kleine groep, die flink wat zeggenschap krijgt, moet krijgen om snel en standvastig te kunnen besluiten. Niks menselijks is ons echter vreemd: meestal kan zo’n enkeling of groep de verleiding niet weerstaan om de eigen belangen en positie veilig te stellen, ongeacht wat daarvoor nodig is. Dat laatste, het doel dat de middelen steeds meer zal heiligen, gecombineerd met een meer autoritaire stijl van leidinggeven, gaat meestal gepaard met de afbraak van burgerrechten en vormt de opstap naar dictatoriaal of zelfs totalitair systeem, waarin zowel democratie als rechtstaat niet meer of in ernstig verminkte vorm bestaan. Afwijkende meningen zijn dan onwenselijk en gevaarlijk geworden, omdat ze niet overeenkomen met de “wil van het volk”. In de (sociale) media is al een klimaat van felle polarisatie ontstaan, waarin andersdenkenden worden neergezet als tegenstanders of zelfs (land)verraders. Dat zal in het Nederland van Wilders niet anders zijn dan in de VS van Trump of het Turkije van Erdogan.

Het is ook die paradox waarmee westerse landen momenteel worstelen door de krachtige opkomst van het populisme: populisten en demagogen beroepen zich op democratie en vrijheid (van meningsuiting etc.) om een programma te verdedigen dat met die meningsvrijheid op zijn minst heel selectief omgaat: de vrijheid geldt alleen of vooral voor de eigen mening en niet of veel minder die van de “ander”. Die ander mag oprotten als het hem of haar niet bevalt. Gecombineerd met het instrument van een (bindend) referendum kan dit ontaarden in een tirannie van de meerderheid (of aanzienlijke minderheid).

Dat het veelal partijen zijn die vrijheid hoog in het vaandel voeren, tot in de partijnaam toe, is een indicatie het van uiterst bitter cynisme waarmee deze partijen en leiders naar de wereld kijken.(2) Wat dat betreft, leven we in een (te) spannende tijd. Het grootste gevaar voor democratische rechtstaat vormen niet de bedreigingen van buitenaf maar de zwakke kanten van de democratie zelf en het misbruik dat sommigen daarvan maken.

 

Noten:

(1) Qua spelling zijn rechtstaat en rechtsstaat allebei correct, zie o.a. het advies van de TaalUnie. Mijn, verder niet onderbouwde voorkeur is met enkele -s.

(2) Zie ook Menno ter Braak, Het Nationaalsocialisme als Rancuneleer, online te raadplegen via http://www.mennoterbraak.nl/tekst/braa002nati01_01/braa002nati01_01_0001.php, een essay dat nog steeds heel treffend en leerzaam is.