ja, wij die bedorven zijn maar niet
dood liggen te wachten niet onverwacht
gestorven niet bang geen klacht
passeert de slimme lippen : niet

één zuchtje tegen de klippen op
de stoutmoedige hoeder van verwoesting
: steevast word ik zachter van genoegen
zacht als de trompetten als de strop

waarmee men verzuimt de pluim
te strijken de laatste resten de puin te ruimen
de fluim aan mijn voeten

zo weet je zo vertrouw je gereed
ben ik nog lang niet ik : vergeet
straks niet je grootmoe te begroeten

© Danny Habets, november 2014