Ouder worden vindt niet iedereen leuk. Om zich er maar met een grapje vanaf te maken, hebben sommige mensen de gewoonte om hun “omgekeerde” leeftijd te noemen. Een 51-jarige zegt dat hij 15 is geworden, een pittige oudtante van 93 voelt zich nog als 39. Andersom ben ik nog niet tegenkomen, dat een 18-jarige pocht al 81 te zijn geworden.

Met getallen is het bij mij vaak net als woorden, ze gaan los van hun context een eigen rol spelen, zeker als je vrije tijd over hebt, zoals op de ochtend van Tweede Kerstdag. Het toeval wil namelijk dat we wat interessante getalsverhoudingen binnen ons gezin hebben. Zo is mijn echtgenote 6 maanden en 6 dagen jonger dan ik, en zijn we beiden 41 op het moment dat onze oudste dochter 14 is. Omgekeerde leeftijd dus.

Nog even namijmerend van het kerstontbijt vroeg ik me af of dat vaker voorkomt binnen onze familie, bijvoorbeeld tussen mijn ouders en mijzelf. Het is namelijk niet heel vanzelfsprekend dat ouders en kinderen ooit in hun leven een omgekeerde leeftijd hebben. Bij nadere beschouwing lijkt er namelijk een specifieke conditie nodig te zijn om dit verschijnsel te laten optreden, en ik zou deze willen formuleren als de 1e Leeftijdswet van Danny Habets (al zullen wellicht anderen ook al ooit op het idee zijn gekomen):

(1) Alleen twee mensen die een leeftijdsverschil kennen van 9 of een veelvoud van 9 zullen 1 of meer keren in hun leven een omgekeerde leeftijd hebben.

Hieraan zitten echter de volgende beperkingen:

[a] De leeftijd van de oudste mag niet meer dan 98 zijn.

[b] De leeftijd van de jongste mag niet kleiner zijn dan 12, tenzij je twee gelijke leeftijden (11 en 11) als elkaars omgekeerde beschouwt én 03 als het omgekeerde van 30, 04 als het omgekeerde van 40 etc. beschouwt én 0 als deelbaar door 9 beschouwt.

Voorbeelden: 18 en 81 (verschil 63 = 7 x 9), 12 en 21 (verschil 9), 35 en 53 (verschil 18 = 2 x 9), etc. Probeer maar uit, welke getallen – met inachtneming van a en b – je ook gebruikt! Mijn dochter en ik verschillen 27 jaar (3 x 9). Zelfs een prepuber van (0)9 jaar oud met een overgrootvader van 90 (verschil 81 = 9 x 9) ontkomt niet aan het regime van deze wet.

Heb ik zelf meer familieleden of vrienden die onder deze wet vallen in relatie tot mijzelf of elkaar? Mijn dochters niet, mijn ouders niet, mijn schoonouders niet… mijn broers! Ik heb drie jongere broers: 1975, 1984 en 1986. Hé, nummer 2 en 3 hebben een leeftijdsverschil van 1 x 9. In 1996 was nummer 2 dus 21 en nummer 3 was 12: een verschil van negen én een omgekeerde leeftijd. Als zij oud worden, zullen ze nog een aantal keren elkaars omgekeerde leeftijd hebben. Ook daar zit een regelmatigheid in! Dat noemen we de 2e Leeftijdswet van Danny Habets:

(2) Twee mensen die voldoen aan wet 1, zullen om de 11 jaar elkaars omgekeerde leeftijd hebben.

Mijn genoemde jongere broers zullen resp. 23 en 32 (dit heeft zich in 2007 voorgedaan), 34 en 43, 45 en 54, 56 en 65, en als ze echt oud worden: 67-76, 78-87 worden. Mijn oudste dochter zal 25 zijn, als ik 52 ben, en vervolgens: 36-63, 47-74 en hopelijk 58-85, 69-96.

Je hebt er in de praktijk helemaal niets aan, aan deze wet, en toch – voor een zonnige en winderige morgen van Tweede Kerstdag – vond ik hem mooi gevonden. Getallen hebben net als letters zo hun betovering.

Gelukkige feestdagen verder en een voorspoedig uiteinde!

2 gedachten over “De twee hoofdwetten van omgekeerde leeftijd

  1. Danny,
    Je zou er nog enkele wetten aan toe kunnen voegen:
    (3) Twee mensen die voldoen aan wet 1 hebben leeftijden waarvan de som een veelvoud van 11 is.
    en:
    (4) Twee mensen die voldoen aan wet 1 hebben leeftijden waarvan de som vermeerderd OF verminderd met het verschil, altijd een EVEN getal is.
    Groeten,
    Ton

  2. Voor zover ik geprobeerd heb, loopt dit ook voort in de 100, de 1000 en 10000, verder nog niet geprobeerd. Nog geen tegenvoorbeelden dus.

    Voorbeeld: 201 – 102 = 99
    582 – 285 = 297

    Probeer maar uit zou ik zeggen. 🙂

Reacties zijn gesloten.