Als je onrust in je lijf en ziel hebt, dan kun je maar beter iets gaan doen. Iets dat fysieke inspanning vereist en dat de gedachten een focus geeft op iets heel smals of kleins. Sommige mensen gaan hun tuintje wieden, anderen houden grote schoonmaak in huis of gaan de zolder nu eindelijk eens opruimen. Nog anderen gaan hun cd- of dvd-collectie overzetten op iPod of externe hard disk. Het is alsof het fysieke ordenen en opruimen een werkzame en heilzame metafoor is voor je geestelijke opruiming. Een soort van hier-en-nu creëren, jij alleen met je spulletjes.

Lezen of rustig naar muziek luisteren is mij op dergelijke momenten zo goed als onmogelijk. Wat wel erg helpt is in fysieke zin met je boeken of platen bezig te zijn. Ik ken weinig genoegens die zo helpen in tijden van onrust als je, om wat voor zelfverzonnen reden ook, weer eens al je boeken – of althans een substantieel deel ervan – door je handen kunt laten gaan. Elk inzicht en dus elke ordening is feilbaar en het staat nu al weer een jaar op deze manier in de kasten. Misschien moet je zelfs hier en daar wat “opschonen” om ruimte te maken voor nieuwe, frisse impulsen.

Dit weekend waren mijn grammofoonplaten weer eens aan de beurt. Afgelopen weken had ik mij al het hoofd erover gebroken: wat te doen? Ze wegdoen om veel ruimte en een beetje geld vrij te maken? De platen nemen aan een van de wanden van mijn kamer twee strekkende meter in beslag, overigens wel erg efficiënt opgeborgen in een IKEA meubel, waarin de LP’s precies in de vakken passen zonder te zorgen voor doorbuigen. Ik heb alleen LP’s. Een kleine duizend klassiek, en nog een 350 pop/rock en ca. 50 blues/jazz. Met name die grote hoeveelheid klassieke platen begonnen afgelopen weken mijn geweten aan te spreken: Draai je ze nog wel eens? En zo ja, hoeveel zijn er dat dan? Zou je ze niet allemaal wegdoen? Of slechts enkele behouden? Bedenk hoeveel boeken je extra aan de wand kwijt kunt. En daarmee was een deel van de onrust geboren. Overigens is dat meestal een weerspiegeling van een meer algemene onrust, die je onder je arm meedraagt. Maar het is een feit dat je verzameling ook jou “bezit” en soms kan zorgen voor een gevoel van last die je met je meedraagt. Ook van de bekendste verzamelaar van Nederland, Boudewijn Büch, is bekend dat hij in een vergelijkbare bui plotseling een deel van zijn verzameling de deur uit kon doen.

Om maar eens radicaal te beginnen: al die klassieke albums gaan er uit! Dus zet je een advertentie op Marktplaats – en tot mijn grote verbazing waren er al vrij snel enkele serieuze gegadigden, mensen zelfs die een behoorlijk deel van Nederland willen bereizen om eens een kijkje te komen nemen. De onrust wordt dan alleen maar groter: stel dat hij (het zijn altijd mannen die verzamelaars!) ze echt wil hebben. Vraag ik niet te weinig? Of komt hij voor niets? Wat ik had kunnen weten, of in feite al wist: de meeste verzamelaars zijn meestal niet geïnteresseerd in zo’n partij maar in eventuele “topstukken” in zo’n collectie. De rest nemen ze op de koop toe. De kwade genius probeert soms dan alleen die topstukken van je over te nemen en is zelfs bereid daar redelijk voor te betalen. Maar vervolgens is het restant zo goed als “waardeloos” (in commercieel opzicht dan) en raak je het aan de straatstenen niet meer kwijt. Dat zou ik dus niet doen.

Klassieke LP’s brengen doorgaans weinig op, zeker in Nederland – daardoor heb ik ze ook bijna allemaal voor heel kleine prijsjes kunnen kopen (€ 0,50 tot € 2,50 per schijf). Enkele specifieke items echter gaan voor soms vele honderden euro’s van de hand, en vaak is hun bestemming het verre Oosten (China, Korea, Japan). Daarbij gaat het om met name de vroegste stereo platen van merken als Decca en Columbia, die ook fantastisch zouden klinken. Dat is overigens wel een typisch trekje aan veel verzamelaars: ze verzamelen graag wat al zeldzaam is en wat door andere verzamelaars ook begeerd wordt. Bij boeken gaat het dan om eerste drukken van bekende schrijvers, bij platen om eerste persingen van genoemde labels.

Verzamelaars wekken wel eens de indruk dat het ze alleen om die “buitenkant” gaat, de verzamelwaarde van het object, en die indruk is deels terecht. Ik kan me er ook niet geheel aan onttrekken, maar uit een soort van gierigheid, of noem het “waarde voor je geld willen hebben”, heb ik zelf nooit dat soort dure items aangeschaft. De verhouding tussen de materiële waarde van een object en de prijs die je ervoor betaalt, moet nog enigszins in verhouding zijn. Het blijft uiteindelijk een stukje kunststof met muziek erop, zoals de meest zeldzame postzegel ook maar een onooglijk klein stukje papier is. Misschien ben ik ook wel geen “echte” verzamelaar… ik hou teveel van de tekst in een boek of van de muziek op een plaat. Laat ik het anders formuleren: vorm en inhoud vallen idealiter samen. Het meest geniet ik van een goede tekst die tevens mooi is uitgegeven, en van een goed muziekstuk (in een goede opname en liefst zonder spatten en krassen) op vinyl dat nog helder is en waar een artistieke hoes omheen zit – het oog wil ook wat.

Bij nadere inspectie door een potentiële koper (hij heeft naar eigen zeggen inmiddels 15.000 LP’s) zat er maar een 10 tot 20 platen bij voor hem interessant waren, en dan nog geen topstukken in de betekenis van “zeldzaam en gewild”. Te weinig stuks interessant genoeg en stuk voor stuk te weinig bijzonder om een bod op de gehele collectie te doen. Omdat ik duidelijk was geweest over het feit dat ik niemand aan “cherry-picking” zou laten doen, deed hij ook geen pogingen om die paar platen los te kopen. Helaas is hij dus met lege handen ca. 200 km. weer naar huis gereden.

Een en ander had bij mij wel wat losgemaakt. In de advertentie had ik gesproken over ca. 600 LP’s, vaag onthouden uit een eerdere registratie in een kleine database. Toen ik die database nog bleek te hebben en deze er vervolgens weer bij haalde, stonden daar inderdaad iets meer dan 600 albums en boxen. In schijven uitgedrukt waren het er 850. En ik wist ook dat ik – de saaie werkzaamheid van vastleggen moe – op een gegeven moment nog kocht zonder te registreren. Het moesten er dus eerder meer dan minder zijn! Wat staat er nog niet in het bestand? Welke staan er wel in, maar heb ik inmiddels weggedaan? En hier begint een weekendje monnikenwerk, het type opruimwerk waarmee ik dit blogstukje begon. Ordenen, sorteren, registreren, controleren. Smalle focus, even niet reflecteren. De bestaande sortering in de kast, op componist en daarbinnen op soort muziekstuk, was ook verre van onproblematisch: veel platen hebben 2 (maar dan zou je nog kunnen kiezen) of zelfs meer componisten. Daardoor krijg je altijd een aantal restcategorieën: “beroemde sopranen en tenoren”, “oude muziek”, “overige”.

Het resultaat? Zondag, laat in de middag was ik klaar en had ik een opgeruimd gevoel. Doordat ik zo’n beetje elke LP weer min of meer  bewust in handen heb gehad, heb ik tussendoor ook weer een enkele LP opgezet, ja zelfs “rustig” naar muziek geluisterd! Ik bleek toch wel een aantal mooie muziekstukken van Sjostakowitsj op plaat te hebben, puntgaaf en in een goede opname. Op deze manier heb ik ook Antonín Dvorak herontdekt dit weekend. Ik kon me herinneren zijn celloconcert mooi te vinden, maar werd nu helemaal betoverd door de 8e symfonie, die vol zit met melancholische, Boheemse melodieën. Het is Hoog-Romantiek bij uitstek, en eigenlijk veel mooier dan die bekende 9e symfonie (“Uit de Nieuwe Wereld”). En zo nog een aantal van die (her)ontdekkingen.

De platen staan nu gesorteerd op label en vervolgens catalogusnummer. Zwaar onhandig, want je vindt niets meer zomaar terug, en om nou elke keer die computer op te starten om iets bepaalds te zoeken… Aan de andere kant is er weer orde (Ordnung muss sein!), wat te zien is aan de eenheid (al die platen van Deutsche Grammophon en EMI naast elkaar), maar het is zoiets als je boeken op kleur en grootte gezet. Het is schijnorde. Je kunt je daarentegen wel laten verrassen door wat je toevallig tegenkomt, al bladerend in je verzameling. Misschien is dat wel de belangrijkste functie van een (eigen) collectie: je af en toe laten verrassen, het is er immers al en de drempel kán laag zijn. Al sluit ik niet uit dat deze ordening van zeer tijdelijke aard is, en het gedonder over enige tijd weer opnieuw begint…

 

Postscriptum:

Ik heb wel iets met ordenen en systematiseren. Als kind probeerde ik al mijn boeken al volgens SISO systeem te catalogiseren. Om er volgens achter te komen dat geen enkel systeem perfect is, en je te realiseren dat veel boeken op meerdere plekken ondergebracht kunnen worden en sommige boeken zich, gelukkig, onttrekken aan welk etiket dan ook.

Een gedachte over “De onrust bestrijden

Reacties zijn gesloten.