Ik besef mij

Ik besef dat ik mij realiseer.
Kijk, zeg jij, nou doe je het weer.

Wat is het dan dat jou irriteert?
Of is dat ergeren maar aangeleerd?

Ik erger mij dus ik besta.
Ik besef mij. Overal waar ik ga.

De kroon op het werk

Al zat ik op de Eiffeltoren 
Dan nog kon je me horen 

Schreeuwen. Het is toch God
geklaagd hoe kapot. 

Tingeltangel, bange mensen
Die naar buiten wensen.

Met een kap over je kop
Geeft men je op.

Niet de allerlaatste groet.
Zonder knuffel eeuwig slapen.

Met minder mensen. Naar bed
In mindere mate.

© Danny Habets, maart 2020

Veelstemmig, presto

Zoveel talen als ik spreek

Soms ben ik een mus
Soms ben ik een haan

Soms een aardewerken vaas

Ik stop maar niet met praten
Soms ben ik een god

Zoveel oren als ik voed

Soms huil ik met de ingebeelde wolven
Als een kind
Soms verbeeld ik mij

Gewiegd te worden in je armen

© Danny Habets, maart 2020

Pierre Kemp

Zoveel kleuren als hij had
Men nog nooit gezien.
Zoveel potloden in de hand:
Nog niet misschien.

Ruiterlijk zou men willen
Toegeven, met de adeldom
Van geest de pen te drillen
Totdat de vlokken rondom.

Nu staan in het gelid
De ruggen, in het wit
Binnenvallende zonlicht.

Zijn stem klinkt alleen
Door de bladzijden heen.
Het is dan ook geen gezicht.

© Danny Habets, januari 2020 ~ geschreven in opdracht van Maastricht Boekenstad / Universiteitsbibliotheek Maastricht, ter gelegenheid van Poëzieparcours: Dichters van nu.
Dichter en gedicht: Danny in de etalage

Zolang

zolang je je niet vertilt
met wat je vertelt

is er weinig verschil
of wat je meldt

berust op evidente feiten
zichzelf verklarende voetnoten

of schuine zuivere poëzie, de fijne
verdichting

&

zolang je niet verdwijnt
dan in je woorden

zullen ze je horen

zolang je niet wegkwijnt

zo lang zul je zijn

Italia 2019

Eindelijk was het weer zo ver, tijd om naar ons geliefde Italië te gaan, dit keer in het gezelschap van de vrouw met wie ik in september 25 jaar in de echt verbonden ben, mijn 5 schitterende dochters en de vriend van de oudste. In de tweede week kwam daar nog de vriend van een andere dochter bij, die we op een nabijgelegen luchthaven oppikten. Hieronder een korte impressie. Klik op de foto’s voor een vergrote weergave.

De tocht voert eerst door Duitsland en Zwitserland.

Om de verkeersdrukte voor de Gotthardtunnel te vermijden en vanwege de charme gingen we over de pas heen. Na San Gottardo bevindt men zich in het Italiaanstalige kanton Ticino. Het uitzicht bovenop de pas is ronduit schitterend.

Onze eerste overnachting is aan de buitenranden van Milaan (Rho), waar we 2 nachten verblijven. Natuurlijk bezoeken we het centrum van Milaan, met o.a. de mooie Gotische dom.

Lees verder

Huis

Stoffige koffie in verchroomde blikken.
Zeven jaren, het is stil in huis.
Niemand die van de kat zal schrikken,
Die jaagt op de laatst vergane muis.

Het meubilair is geduldig bruin,
En weet het binnenvallend licht te strikken.
De portretten zijn te lang verhuisd,
Om te getuigen van gewezen ikken.

Maar soms, soms op een zomerdag,
Is die treurige staat van slag:
De koffie is dan net vers gezet.

Kinderen springen op het bed,
Terwijl de vlaai wordt rondgedeeld.
Na een uurtje is men uitgespeeld.

 

© Danny Habets, juli 2019.

Muziek!

Muziek is niet wat je ervan maakt,
Maar wat onvergetelijk is.
Vanaf de eerste maten ontwaakt
De in zichzelf gekeerde hoogmis.

Niemand gelooft er dat moment in,
Maar jij zorgt dat men niet verzaakt.
Alle tegenstellingen uit het begin
Lossen op in wat de harten raakt.

Buiten wordt geroepen om de Republiek,
Maar men verdwaalt in de structuren
Van ingewikkelde partituren.
Men gaat vol op het orgel, energiek!

Met het instrument lijkt niks mis,
Maar de organist is een orangist.

© Danny Habets, juni 2019.

Men doet zich te goed

Men wringt zich in bochten.
Men doet zich te goed.
Men weet van geen kaas.
Men eet niet ver van de boom,
Maar snoept daarentegen onverstandig.

Men houdt vlees op de botten.
Men preekt de passie.
Zoals men thuis tikt.
Men vloekt op een varken,
En gedraagt zich als tang.

Men doet zichzelf te goed
Als geen ander doet.

 

© Danny Habets, januari 2019

Ogenschijn

Grutters en schippers,
Schijnlijke edelen van geest,
Passementmakers, rademakers, zwaardvegers,
Schaliedekkers en zeepzieders,
Kremers van onzin, beeldsnijders
Van afgoden, keurmeesters…

Wat is het wat u dreef,
En waarheen?

Wat ons beweegt, dat is naar buiten!
(Maar hoe kweekt men een geweten?)

Naar de hoven, naar boven, naar de hoogte,
Naar waar men kan dalen en dolen,
Naar buiten kortom,

Om zo het meeste in zichzelf te keren.

(Je strakke lach wordt afgevlagd.)

En zo het meeste te zijn
Van zichzelf.

 

© Danny Habets, 1 december 2018

Variaties 1

Hij ligt beschadigd,
licht beschadigd,
in het arsenaal.

Hij ligt, beschadigt
het omliggende materiaal,
beschadigt het andermaal.

Hij licht op, ligt af,
wordt afgelegd,
krijgt uitgesproken aangezegd.

Zo gezegd.

Verwachtingen zijn nu
eenmaal niet te temmen.

 

© Danny Habets, augustus/september 2018

Sollicitatie

Ik ben zó geschikt
Voor jou dat je ervan schrikt.

En jij past ook bij mij,
Zelfs van opzij.

Ik help je graag verder
In het bederven

Van de jeugd
Die vreugdeloos de deugd

Beoefent, alsof het niks is. Geen beker
Is zó lang giftig dat hij breekt.

 

© Danny Habets, augustus 2018

Vrijdag ~ Niemandsland

De morgen duurt. Nog onwennig.
Figuurlijke tijd, zonder complement –

Het bed blijft
Warm omdat men spijbelt.
Oneigenlijk in feite

Ben ik thuis
Een hele
Dag aan het verspelen.

Dan verschuift geruisloos
De blokkendoos.

Zondagavond
Stapelen de geleende uren
Zich tot een muurvaste week.

 

© Danny Habets, juni 2018

 

De dans

Ontsprongen het gezochte
het gevonden ongenoeg
en onvoldoende

achter een uur nog een uur

ik speel mooi weer
en ben daar nog lang niet
klaar mee

nog lange niet

we gaan nog niet
waar het klokje tikt
zoals

het wegtikt
Je helemaal – & zo

 

© Danny Habets, mei 2018

Morele verontwaardiging en ouder worden

Vanmorgen hebben we een dochter uitgezwaaid, die met haar brugklas twee dagen naar Zeeland gaat. Een soort van op kamp. Dat deed mij natuurlijk denken aan enkele schooluitstapjes van mijzelf. Eigenaardig was de associatie met een specifiek fietskamp, het zal in de derde klas van het atheneum zijn geweest (1985-1986, voorjaar?). Mijn vader was mee als begeleidende ouder.  

Op het terrein aangekomen sprak een moeder van een van de klasgenoten met scherp stemmetje, op roddeltoon, haar morele verontwaardiging uit tegen een van de andere begeleidende ouders: “Ze hebben tegenwoordig van alles, luxe stereo-installaties en zo, maar nog geen fatsoenlijke fiets om op te fietsen.” Het ging specifiek over iemand wiens fiets het opgegeven had onderweg.

Dat ik dit nog ergens in het geheugen had opgeslagen! Ik weet zelfs nog van welke klasgenoot de moeder was. Waarschijnlijk vond ik haar een beetje dom en had ik als rechtgeaarde puber medelijden met haar zoon.  

Grappig is ook dat zo’n opmerking anno 2018 over heel andere luxe apparaten zou gaan, fysiek veel kleinere dingen: iPads, smart phones, GoPro camera’s, smart watches, of hoe die dingen (gadgets) tegenwoordig ook allemaal heten. Ik begin zelf achter te geraken.

I grow old … I grow old
I shall wear the bottoms of my trousers rolled.