Zolang

zolang je je niet vertilt
met wat je vertelt

is er weinig verschil
of wat je meldt

berust op evidente feiten
zichzelf verklarende voetnoten

of schuine zuivere poëzie, de fijne
verdichting

&

zolang je niet verdwijnt
dan in je woorden

zullen ze je horen

zolang je niet wegkwijnt

zo lang zul je zijn

Italia 2019

Eindelijk was het weer zo ver, tijd om naar ons geliefde Italië te gaan, dit keer in het gezelschap van de vrouw met wie ik in september 25 jaar in de echt verbonden ben, mijn 5 schitterende dochters en de vriend van de oudste. In de tweede week kwam daar nog de vriend van een andere dochter bij, die we op een nabijgelegen luchthaven oppikten. Hieronder een korte impressie. Klik op de foto’s voor een vergrote weergave.

De tocht voert eerst door Duitsland en Zwitserland.

Om de verkeersdrukte voor de Gotthardtunnel te vermijden en vanwege de charme gingen we over de pas heen. Na San Gottardo bevindt men zich in het Italiaanstalige kanton Ticino. Het uitzicht bovenop de pas is ronduit schitterend.

Onze eerste overnachting is aan de buitenranden van Milaan (Rho), waar we 2 nachten verblijven. Natuurlijk bezoeken we het centrum van Milaan, met o.a. de mooie Gotische dom.

Lees verder

Huis

Stoffige koffie in verchroomde blikken.
Zeven jaren, het is stil in huis.
Niemand die van de kat zal schrikken,
Die jaagt op de laatst vergane muis.

Het meubilair is geduldig bruin,
En weet het binnenvallend licht te strikken.
De portretten zijn te lang verhuisd,
Om te getuigen van gewezen ikken.

Maar soms, soms op een zomerdag,
Is die treurige staat van slag:
De koffie is dan net vers gezet.

Kinderen springen op het bed,
Terwijl de vlaai wordt rondgedeeld.
Na een uurtje is men uitgespeeld.

 

© Danny Habets, juli 2019.

Muziek!

Muziek is niet wat je ervan maakt,
Maar wat onvergetelijk is.
Vanaf de eerste maten ontwaakt
De in zichzelf gekeerde hoogmis.

Niemand gelooft er dat moment in,
Maar jij zorgt dat men niet verzaakt.
Alle tegenstellingen uit het begin
Lossen op in wat de harten raakt.

Buiten wordt geroepen om de Republiek,
Maar men verdwaalt in de structuren
Van ingewikkelde partituren.
Men gaat vol op het orgel, energiek!

Met het instrument lijkt niks mis,
Maar de organist is een orangist.

© Danny Habets, juni 2019.

Met de mantel der liefde

Zoals we in de media kunnen lezen is er gedoe in de hogere lagen van het Openbaar Ministerie, met hier en daar een pikant randje. Uiteindelijk weinig spannend als je rekening houdt met dit soort al te menselijke scenario’s. Ik zou er verder geen aandacht aan hebben besteed als ik niet de column van Nynke de Jong in het AD had gelezen, waarin mij vanuit taalkundig oogpunt een paar bijzonderheden waren opgevallen.

Het begint al met de titel, waardoor ik getriggerd was om het artikel verder te lezen. Een stiekeme vriendin… wat is dat? Dat is een vriendin met een stiekem karakter, iemand met neigingen tot stiekem doen, dingen voor je te verbergen. Wie wil nu in godsnaam zo’n vriendin?  Lees verder

Men doet zich te goed

Men wringt zich in bochten.
Men doet zich te goed.
Men weet van geen kaas.
Men eet niet ver van de boom,
Maar snoept daarentegen onverstandig.

Men houdt vlees op de botten.
Men preekt de passie.
Zoals men thuis tikt.
Men vloekt op een varken,
En gedraagt zich als tang.

Men doet zichzelf te goed
Als geen ander doet.

 

© Danny Habets, januari 2019

Ogenschijn

Grutters en schippers,
Schijnlijke edelen van geest,
Passementmakers, rademakers, zwaardvegers,
Schaliedekkers en zeepzieders,
Kremers van onzin, beeldsnijders
Van afgoden, keurmeesters…

Wat is het wat u dreef,
En waarheen?

Wat ons beweegt, dat is naar buiten!
(Maar hoe kweekt men een geweten?)

Naar de hoven, naar boven, naar de hoogte,
Naar waar men kan dalen en dolen,
Naar buiten kortom,

Om zo het meeste in zichzelf te keren.

(Je strakke lach wordt afgevlagd.)

En zo het meeste te zijn
Van zichzelf.

 

© Danny Habets, 1 december 2018

Koeler maan

Bronstig en ongedurig verdrijf ik de dorst
ik ben een wandelaar door de dorre
bladeren van mijn gedachte
onontvankelijkheid – ik klop erop
ik stop met vorstelijke verwachting
ik stop met drinken ik stop
met innemend –

de oogst oogstrelende ogen
die mij bedrogen uitgekookt
zomers loof belovend –

in mijn tuin is het ruim
genoeg om bedroefd te zijn
waarom dan nog met de almaar
grijzer wordende lokken
als een zilvervos –

Waardoor nog voorverwarmd?
Waarom nog opgewarmd?

 

© Danny Habets, oktober 2018

Variaties 1

Hij ligt beschadigd,
licht beschadigd,
in het arsenaal.

Hij ligt, beschadigt
het omliggende materiaal,
beschadigt het andermaal.

Hij licht op, ligt af,
wordt afgelegd,
krijgt uitgesproken aangezegd.

Zo gezegd.

Verwachtingen zijn nu
eenmaal niet te temmen.

 

© Danny Habets, augustus/september 2018

Sollicitatie

Ik ben zó geschikt
Voor jou dat je ervan schrikt.

En jij past ook bij mij,
Zelfs van opzij.

Ik help je graag verder
In het bederven

Van de jeugd
Die vreugdeloos de deugd

Beoefent, alsof het niks is. Geen beker
Is zó lang giftig dat hij breekt.

 

© Danny Habets, augustus 2018

Vrijdag ~ Niemandsland

De morgen duurt. Nog onwennig.
Figuurlijke tijd, zonder complement –

Het bed blijft
Warm omdat men spijbelt.
Oneigenlijk in feite

Ben ik thuis
Een hele
Dag aan het verspelen.

Dan verschuift geruisloos
De blokkendoos.

Zondagavond
Stapelen de geleende uren
Zich tot een muurvaste week.

 

© Danny Habets, juni 2018

 

De dans

Ontsprongen het gezochte
het gevonden ongenoeg
en onvoldoende

achter een uur nog een uur

ik speel mooi weer
en ben daar nog lang niet
klaar mee

nog lange niet

we gaan nog niet
waar het klokje tikt
zoals

het wegtikt
Je helemaal – & zo

 

© Danny Habets, mei 2018

Morele verontwaardiging en ouder worden

Vanmorgen hebben we een dochter uitgezwaaid, die met haar brugklas twee dagen naar Zeeland gaat. Een soort van op kamp. Dat deed mij natuurlijk denken aan enkele schooluitstapjes van mijzelf. Eigenaardig was de associatie met een specifiek fietskamp, het zal in de derde klas van het atheneum zijn geweest (1985-1986, voorjaar?). Mijn vader was mee als begeleidende ouder.  

Op het terrein aangekomen sprak een moeder van een van de klasgenoten met scherp stemmetje, op roddeltoon, haar morele verontwaardiging uit tegen een van de andere begeleidende ouders: “Ze hebben tegenwoordig van alles, luxe stereo-installaties en zo, maar nog geen fatsoenlijke fiets om op te fietsen.” Het ging specifiek over iemand wiens fiets het opgegeven had onderweg.

Dat ik dit nog ergens in het geheugen had opgeslagen! Ik weet zelfs nog van welke klasgenoot de moeder was. Waarschijnlijk vond ik haar een beetje dom en had ik als rechtgeaarde puber medelijden met haar zoon.  

Grappig is ook dat zo’n opmerking anno 2018 over heel andere luxe apparaten zou gaan, fysiek veel kleinere dingen: iPads, smart phones, GoPro camera’s, smart watches, of hoe die dingen (gadgets) tegenwoordig ook allemaal heten. Ik begin zelf achter te geraken.

I grow old … I grow old
I shall wear the bottoms of my trousers rolled. 

Ochtendmens

Wij worden opgeslokt door alledaagsheid,
Maar wat is ons alternatief? Doodgeschoten
Te worden in de linies van verhulde en onvervulde spijt?
Een eenzaam avontuur tussen de vele idioten?

Dat een rups een vlinder wordt,
Maar dat een dikke pad zich ontpopt
Tot een pijlsnelle panter,
Een gespierde pijlstaartrog!

Hoe lyrisch kan men worden als subject,
Hoe abject is zijn killer trots?
Ik wil niet meer dan bestaan.

Dat is: in de ochtend verheven wakker
Worden en geen keuze hebben
Dan lyrisch te zijn en zingend op te staan. 

 

© Danny Habets, mei 2018 

Maar waar is de sneeuw van weleer?

Als er iemand veel te danken heeft aan onderwijs in het algemeen en zijn middelbare school in het bijzonder, dan ben ik het wel. Geboren in een bescheiden milieu, uit verstandige ouders die zelf niet veel opleiding hebben genoten, maar die wel de waarde ervan voor hun kinderen volop inzagen en in elk geval hun oudste zoon zodanig hebben gestimuleerd dat hij de eerste in de hele familie was (vaders- én moederskant) die een academische opleiding afrondde, en bovendien er alle begrip voor hadden dat ik een richting koos in de ‘carrière-arme’ Schone Letteren.

De moeder had mijn verzotheid op lezen en geschiedenis vroeg in de gaten en deze materieel gestimuleerd door de boeken te kopen die mij interesseerden of zouden kunnen interesseren. Daarnaast had deze arbeiderszoon het geluk terecht te komen op een school voor havo-vwo in Maastricht met nog enkele resterende elitaire trekjes, genoemd naar onze oerdichter Hen(d)ric van Veldeke. Daar heb ik dus veel aan te danken gehad. Men onderschat mogelijk vaak de “emanciperende” kracht die (goed) onderwijs kan hebben, en de belangrijke rol die leraren daarin spelen.

Literatuuronderwijs is ook het aandragen van het (voor de leerling) niet-vanzelfsprekende, het vormen en uitbreiden van de eigen horizon. Literatuuronderwijs leeft vooral van inspirerende voorbeelden, veel verschillende voorbeelden, waarmee je niet vroeg genoeg kennis kunt maken.

Niet alleen werd in de tweede klas van het atheneum de kiem ontgonnen van de al aanwezige gevoeligheid voor en interesse in poëzie en geschiedenis, door de speelse maar vrij grondige behandeling van verhaal- en poëziegenres en van de beschikbare literaire ‘trukendoos’.

Niet alleen had ik het geluk in klas 4, 5 en 6 les te krijgen van drie verschillende doch allen zeer kundige en bevlogen docenten Nederlands, die mij o.a. enthousiast maakten over Hooft en Vondel en alles wat erna kwam.

Niet alleen werden ook bij Engels en Duits de respectievelijke literatuurgeschiedenissen eveneens vrij uitgebreid behandeld, met veel voorbeelden uit alle perioden, waar mijn liefde voor het werk van Thomas Mann, Joseph Roth, Thomas Hardy en T.S. Eliot haar oorsprong heeft.

Nee, ook de bevlogen en bij vlagen deskundige leraar Frans heeft daarbij een rol gespeeld. Hij maakte gedichten uit middeleeuwen en vroege renaissance voor mij levend: Villon, Du Bellay, Ronsard. Daaraan terugdenkend, en mij afvragend wat mijn kinderen momenteel op school leren, viel mij de bekende terugkerende stokregel uit de Ballade du temps jadis in: “Mais ou sont les neiges d’antan?” (maar waar is de sneeuw van weleer?). Natuurlijk hebben oude en ouder wordende mannen altijd ongelijk in hun pessimisme en melancholie. Maar toch, want ik weet het eenvoudigweg niet: Wat is er over van het literatuuronderwijs van toen (dat al een ‘verslechtering’ heette te zijn ten opzichte van nog eerdere periodes)? Zelfde vraag voor het ideaal van de Bildung, de vorming die studie diende op te leveren?

De optimist in mij antwoordt dan altijd: “Ja, dat bestaat nog steeds, maar dan anders dan je gewend bent. Hou eens op met dat idealiseren van de situatie in je eigen jonge jaren, zoals veel van die andere zeurpieten. Er komen nog steeds jonge mensen van de middelbare school met een bovengemiddelde kennis van en affiniteit met literatuur.”

En toch: waar is die sneeuw van weleer? Ik sprak drie jaar geleden nog een van de hierboven genoemde inspirerende leraren Nederlands. Na zijn pensioen gaf hij, vanwege het tekort aan eerstegraads leraren voor het vak Nederlands, nog steeds lessen literatuur op school, met onverminderd enthousiasme. Ook hij was op bepaalde terreinen iets pessimistischer geworden: de lichte ironie van Carmiggelt wordt niet meer begrepen, Vestdijk is definitief een no go area geworden en Couperus, ach…

Ou est la tres sage Helloïs,
Pour qui chastré fut et puis moyne
Pierre Esbaillart a Saint Denis?
Pour son amour ot ceste essoyne.
Semblablement, ou est la royne
Qui commanda que Buridan
Fust geté en ung sac en Saine?
Mais ou sont les neiges d’antan?

De hier geciteerde strofe is de tweede uit de ballade. Vol melancholie vraagt de dichter zich af: Waar zijn ze gebleven, die schitterende dames uit vroeger tijden, toen ze nog krachtig en mooi waren? Waar is de schone Flora, de mooie Thaïs, of de even mooie als wijze Heloïse, die Esbaillart (= Abelard) zijn mannelijkheid kostte? Opvallend in de tweede strofe zijn de gevaarlijke vrouwen, die mannen naar de ondergang leidden. In de derde strofe komt ook een tragische heldin als Jeanne d’Arc voorbij, “Qu’Englois brulerent a Rouan” (die door de Engelsen verbrand werd te Rouen), maar die een toonbeeld van strijdlust en jeugd was. Waar zijn zij allemaal?

Waarvoor dient deze opsomming dan? Om te treuren over het feit dat zij er niet meer zijn. Dat er niet meer zulke vrouwen zijn. Villon probeerde hier overigens geen feministisch of anti-feministisch pamflet te poneren, hij schreef een vergelijkbare ballade over de seigneurs du temps jadis. Het is in feite een algemenere treurzang op de verloren tijd (de “temps jadis”), geen onbekend thema in de Franse literatuur.

Dat ik dit weet, dat ik dit gedicht van Villon zowat kan dromen (en het om de zoveel jaren omhoog borrelt), dat ik over zijn bijzondere levensloop weet, dat ik de dichters van de Pléiade herken en (met enige inspanning) goed kan lezen –  dat allemaal heeft te maken met het voorrecht van het goede onderwijs dat ik mocht genieten, en met les bons professeurs du temps jadis.