Bronstig en ongedurig verdrijf ik de dorst
ik ben een wandelaar door de dorre
bladeren van mijn gedachte
onontvankelijkheid – ik klop erop
ik stop met vorstelijke verwachting
ik stop met drinken ik stop
met innemend –

de oogst oogstrelende ogen
die mij bedrogen uitgekookt
zomers loof belovend –

in mijn tuin is het ruim
genoeg om bedroefd te zijn
waarom dan nog met de almaar
grijzer wordende lokken
als een zilvervos –

Waardoor nog voorverwarmd?
Waarom nog opgewarmd?

 

© Danny Habets, oktober 2018